Een warmtenet verbindt een warmtebron en de gebruiker van warmte (levert op zich natuurlijk geen warmte). In een warmtenet zijn ook opslagsystemen en bijstook voorzieningen op te nemen. Een warmtenet is mogelijk op wijk-, stad- of regioniveau, maar ook voor een enkel gebouw (blokverwarming).

Bekend zijn de netten met water als transportmiddel (90-70oC), maar een lagere toevoertemperatuur is mogelijk. Belangrijk is de bestaande situatie en infrastructuur. Warmtenetten hebben kans van slagen waar vraag en aanbod samen aanwezig zijn. Bijvoorbeeld in industriegebieden, dichtbebouwde woonkernen en glastuinbouwgebieden. Een goed voorbeeld is de HVC centrale met aan de andere kant van de weg veel hoogbouw wijken. In Heiloo is dat minder geschikt omdat de afstand tot de centrale te groot is, er weinig hoogbouw is en de meeste woningen meestal relatief ruim uit elkaar zijn gebouwd met veel groen. Het leidingnet wordt dan relatief duur.

Warmtenetten kunnen door meer dan één warmtebron worden gevoed om de afhankelijkheid te verminderen (leverbetrouwbaarheid te verhogen), dit samen met ‘slimme’ netten (Smart Grids) . Vraag en aanbod van verschillende gebruikers wordt dan afgestemd op de beschikbaarheid van de warmte en koude. Dat gebeurt voor een deel door de warmtebuffers in het warmte- en koudenet in te passen en kan met lagere temperaturen. Vaak is dat samen met warmtepompen waarbij ook elektrisch nodig is. Dus ook decentraal opwekken van elektrisch en eventueel opslag wordt dan het concept opgenomen (energielogistiek).

In Heiloo is er globaal de volgende indeling te maken:

  • Appartementen gebouwen die relatief ver uit elkaar staan. Sommige hebben een centrale verwarmingen en dus in feite en warmtenet (anders eenvoudig aan te brengen met korte afstanden en weinig warmteverliezen). Dit hoort te gaan via een vergadering van eigenaren (VvE).
  • Relatief vee twee onder één kap woningen (en alleen staande woningen) die meer leidingwerk vragen om tot een net te komen en samen voordelen halen als ze met z’n tweeën oplossingen zoeken die nagenoeg individueel zijn.
  • Rijtjes woningen waar dezelfde techniek is toe te passen als bij twee onder één kap, maar waar wellicht extra voordeel is te halen met een klein warmtenet of het verbinden van woningen in een blok of die dicht bij elkaar staan (oplossing met centraal eigen plein is wellicht ook mogelijk). Dat vraagt eerst overleg in een buurt of blok.
  • Oudere woningen of gebouwen die lastiger te verduurzamen zijn. Hier dient per type te worden gekeken wat de beste oplossingen zijn en soms is het verstandig om nog even nieuwe technieken af te wachten (tijdelijk hybride warmtepomp, isoleren etc.). Overigens komen er snel nieuwe ontwikkelingen op de markt.

Het is mogelijk om met een beperkt net te beginnen en dat later uit te bouwen. Bedenk wel dat elke meter leiding geld en energieverlies kost. Het meest efficiënt is de energie opwekken en opslaan daar waar ook de vraag is. Alleen als afzonderlijke oplossingen te duur zijn denken aan schaalvoordelen voor ee groter systeem met extra kosten in coördinatie en apparatuur.