Inhoud


Inleiding

Duurzaam van het aardgas af vraagt nieuwe manieren van denken, waarbij Duurzaam Heiloo de inwoners van Heiloo als uitgangpunt neemt. Dat wil dus zeggen dat de inwoner kijkt naar zijn eisen en wensen voor de korte en lange termijn. Op basis hiervan en de situatie wordt gekeken naar wat de beste oplossing is. Dus one stop shopping  waarbij de inwoner centraal staan (niet de infrastructuur) en waarbij veel opleiding nodig is voor o.a. installateurs om passende  innovatieve technieken te adviseren en te installeren (zie webinar TNO). De gemeente die verantwoordelijk is voor de energietransitie, dient dan ook installateurs en de relevante keten op een passende manier op te nemen als partners. Geen installateurs, geen transitie en een falende gemeente.

Indelingen en typen

Om een model voor de aanpak te definiëren wordt hier een beperkte  typering weergegeven te weten:

Naar organisatie/eigendom

  1. Eigendom, te weten  particulier, een collectief van bewoners of een energie of distributiebedrijf van energie
  2. Individuele, kleine en grootschalige collectieve oplossing, waarbij het hier bij de laatste twee over warmtenetten gaat.
  3. Instituties, waarbij te denk valt aan particulier eigendom, VVE, woningbouwcorporatie etc.

De situatie geeft dan ook weer een grote diversiteit, te weten:

  1. Type, leeftijd en onderhoudsstatus van woningen.
  2. Bebouwingsdichtheid en type hoog en laagbouw (belangrijk voor distributienetten) .
  3. Bronnen in omgeving. Zo maakt men in Limburg gebruik van de oude mijnen, in Friesland van het water en als er restwarme is van de industrie of afvalcentrale dan gebruikt men daar de warmte van (belangrijk voor aanvoerleidingen).

Deze indeling is grofweg de leidraad voor onderstaande modellen, waarbij er uiteraard varianten en overlap mogelijk is. Eenvoudige actie worden buiten beschouwing gelaten.

Besmettingsmodel

Het besmettingsmodel gaat over individuele oplossingen of kleine netwerken, waarbij er aandacht is voor de lange termijnbelangen van de inwoner. . Een kern element is het model van Rogers, zoals dat in de youtube film is toegelicht voor en ander voorbeeld dan duurzaamheid (principe blijft hetzelfde). Waar he om gaat is dat er voor inwoners erg veel nuttige producten op de markt komen maar dat die onvoldoende worden opgepakt.

Het gaat dan om de kloof tussen innovators (die zelf wel innoveren)  en de early majority die wel wil luisteren, maar met goede argument moet worden overtuigd. Ze zijn vaak redelijk opgeleid en haken snel af als argumenten niet kloppen. Deze groep heeft de brugfunctie naar andere groepen. De beste manier om te overtuigen is met demonstratieproject   zodat men het kan zien en een goede onderbouwing waarom het in  hun specifieke geval ook toepasbaar is.

Mensen gaan dan zelf wel aan de gang. Een goed product verkoopt zich zelf exponentieel (s  curve). Een lawine hou je niet tegen. Essentieel is de verkrijgbaarheid in de regio met een klantgerichte one stopshopping van innovatieve oplossingen. (zie webinar TNO). Ook voor installateurs geldt de Rogers curve, waarbij er na de acceptatie van een innovatie nog een leercurve volgt. De gemeente, verantwoordelijk voor de  energietransitie, dient in voorkomende gevallen aandacht te hebben voor die keten. Geen installateurs; geen transitie. Coaches en Buurtwarmte kunnen bewoners bijstaan in het kiezen van de juist concepten uitgaande van op te stellen eisen en wensen.

Collectief Particulier Opdrachtgeverschapsmodel (CPO)

Naar voorbeeld van nieuwbouwwoningen  (zie korte video), kunnen bewoners zich organiseren om gezamenlijk verduurzamen of woningaanpassingen te realiseren Bewoners zijn betrokken bij de ontwikkeling en kunnen bepalen ze zelf nodig hebben.  Er is dus variëteit en flexibiliteit. Daar het bouwen van een  woning  ingrijpender is dan het verduurzamen van bestaande woningen kan de organisatievorm bescheidener zijn.

Maar het is minder vrijblijvend dan een PV of isolatieactie. Dus structureel de eisen en wensen op een rij zetten en gestructureerd werken met installateurs is een vereiste. Dan zijn de schaalvoordelen  bij woningen die dicht bij elkaar in de buurt staan en of gelijkenis vertonen aanzienlijk.  Maar het is niet zoals bij warmtenetten  dat een meerderheid in een buurt of wijk moet worden aangesloten om de infrastructuur rendabel te maken (vollooprisico). Na afloop zijn er geen verplichtingen aan derden en zorgt een ieder voor zijn eigen installaties. Begeleiding van een inhoudelijke deskundige is wel gewenst.

Warmteschapmodel

Het warmteschap is een gebiedsdemocratie met lokaal eigendom en zeggenschap. Het warmteschap kan zich bezighouden met alle elementen uit de warmteketen: bron, net, levering, isolatie, koude of andere energiediensten. Hiervoor zijn er in de meest gemeenten wel energiecoöperaties die op de een of andere manier bezig zijn met PV of isolatieacties of coaches voor energiebesparing. Vaak ontwikkelen ze zich verder naar een coöperatieve energieleverancier. Begeleiding voor deze wat complexe projecten Energie samen/buurtwarmte. Vragen zijn te stellen aan de coördinator van Noord Holland. Een VVE is ook te zien als een warmteschap waar al een organisatievorm is die een specifieke aanpak vereist (zie appartementen) .

Overigens kan zo’n collectief met vijfde generatie warmtenetten klein beginnen met bijvoorbeeld het gebruiken van energie van een winkelcentrum   (bijvoorbeeld ‘t Loo) of andere gebouwen waar koeling en verwarming nodig is. Door lokaal warmte uit te wisselen is minder infrastructuur nodig met lagere investeringen doordat het meestal om lage temperaturen gaat waarbij ook de energieverliezen voor transport minder zijn.

Startmotor model (woningbouwcorporaties)

In het Startmotorkader, maakten woningcorporaties en warmtebedrijven afspraken  om ongeveer 55.000 huurwoningen versneld van het aardgas af te krijgen door ze aan te sluiten op een warmtenet (zie korte video). Dit kan woonlastenneutraal; de gemiddelde huurder gaat niet meer betalen dan voor het aardgas. Een goede zaak als het warmtebedrijf en een bron dicht bij de woningen is en de bebouwingsdichtheid relatief hoog is. En dat is bij woningbouwcorporaties vaak het geval (vaak ook met veel hoogbouw).

Corporaties werken met onderhoudsschema’s voor de woningen zodat de status van onderhoud meestal redelijk gelijk is en als een contingent woningen op de planning staat zijn de middelen daarvoor gereserveerd. Indien in de nabijheid van een woningbouwcorporatie met een warmtenet particulier woningen staan dan kunnen die worden meegenomen in het project. Dat kan bij o.a. zogenaamde gespikkelde wijken.   Het is dan een grootschaliger project in lijn met het onderhoudsplan van de woningbouwcorporatie, de infrastructuur en wellicht het opknappen van de wijk. De individuele wensen van bewoners in het huis zijn normaal niet het domein van de verhuurder en particuliere woningen verschillen in onderhoudsstatus.. De projectontwikkelaar (verhuurder) is hier leidend. (video 8 min Lectoraat Nieuwe energie in de stad).

Webinars warmtenetten TVVL 

Onderstaande twee webinars gaan wat dieper in op warmtenetten en de warmtevisie. Elk deel duurt een uur en is onderverdeeld in twee delen van een half uur. De alternatieven die DWA noemt in deel 2 worden door dat bureau in notities verder uitgewerkt.

Deel 1 Verschillende typen warmtenetten, rollen en verantwoordelijkheden in een warmtenet: governancemodellen. Uitdagingen in ontwikkelen warmtenet (vollooprisico etc.). Tweede helft de praktijk in Alkmaar en Heerhugowaard, met risico’s (backup) en de rol van de leveranciers, netbeheerder en de afnemers.

Deel 2.Werkwijze warmtevisie en voor welke type wijken en woningen is toepassing van een warmtenet kansrijk, met stappenplan ook met aantal all-electric en hybride opties. Tweede helft is over ontwikkelingen naar aardgasvrije wijken, warmtewet afsluitrecht en aansluitplicht en keuzevrijheid voor afnemen van warmte nu en in de toekomst.